Aanleiding en voorgeschiedenis

Coalitieakkoord 2007 kabinet Balkenende IV

Op 7 februari 2007 bereikten de regeringspartijen CDA, PvdA en Christen Unie een coalitieakkoord. In een zestal pijlers schetst dit kabinet zijn voornemens om samen te werken aan groei, duurzaamheid, respect en solidariteit.

In de pijler over de 'Overheid en de dienstbare publieke sector' stelt het kabinet dat een waardevolle democratie, een verbindende bestuur en een dienende overheid voorwaarden zijn voor een duurzame ontwikkeling van onze samenleving. In dat kader ontvouwt het kabinet ook haar plannen ten aanzien van de Grondwet, waarvan de laatste algehele herziening 25 jaar geleden van kracht is geworden. Er zal door een staatscommissie advies uitgebracht over onder meer de voor- en nadelen van een preambule, de toegankelijkheid voor burgers, en de verhouding tussen de opgenomen grondrechten en de uit internationale verdragen voortvloeiende rechten, zoals het recht op een eerlijk proces en het recht op leven.

Beleidsprogramma kabinet Balkenende IV

'Samen werken, samen leven' zo luidt de titel van het in juni 2007 uitgebrachte beleidsprogramma 2007-2011 van het kabinet Balkenende IV. In beleidsartikel 67 ontvouwt het kabinet haar voornemens ten aanzien van het versterken van burgerschapsvorming en van de Grondwet. Naast de plannen voor het Handvest Verantwoordelijk burgerschap staat daar dat er in het najaar van 2008 door een staatscommissie advies zal worden uitgebracht over het versterken van de Grondwet. De staatscommissie zal ondermeer onderzoeken: de voor- en nadelen van een preambule, de toegankelijkheid voor burgers, de verhouding tussen grondrechten en internationale rechten.

Advies Raad van State

Op 17 januari 2008 is er door de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie advies gevraagd aan de Raad van State over de opdrachtverlening aan een staatscommissie Grondwet. Naast de in het beleidsprogramma genoemde drie onderwerpen is ook advies gevraagd over het eventueel uitbreiden van de agenda van die staatscommissie.

Op 14 april 2008 heeft de Raad van State het advies uitgebracht. In het advies gaat de Raad van State in op de verschillende onderwerpen in de opdrachtverlening. De Raad stelt in het advies dat het kabinet duidelijker moet aangeven om welke problemen het gaat, in hoeverre die problemen aan de verschillende in de adviesaanvraag genoemde punten te wijten zijn en vervolgens te bepalen welke punten aan een staatscommissie kunnen worden voorgelegd.

Op 18 juli 2008 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Justitie, het Nader Rapport aan de Koningin aangeboden. Uit dit rapport blijkt dat het kabinet hecht aan versterking van de democratische grondslagen van ons staatsbestel. Twee sporen komen daarvoor in aanmerking: het eerste betreft de bevordering van kennis van en inzicht in de Grondwet, het tweede betreft de voorbereiding van mogelijke wijzigingen van de Grondwet. Een staatscommissie zal gevraagd worden zich over dit tweede spoor te buigen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie hebben op 1 oktober 2008 en 21 januari 2009 met de Tweede Kamer van gedachten gewisseld over de opdrachtverlening aan een staatscommissie Grondwet. Naar aanleiding hiervan heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 3 februari namens het kabinet een brief met conclusies naar de Tweede Kamer gezonden. In deze brief worden ook de onderwerpen weergeven die op de agenda van die staatscommissie staan. Het betreft de volgende onderwerpen:

  • De toegankelijkheid en de betekenis van de Grondwet voor burgers;
  • De opneming van een preambule, waarin begrepen een concreet tekstvoorstel, tenzij de staatscommissie het kabinet zou willen adviseren hiertoe niet over te gaan;
  • De verhouding tussen de opgenomen grondrechten en de uit internationale verdragen voortvloeiende rechten, zoals het recht op een eerlijke procesgang en het recht op leven;
  • De grondrechten in het digitale tijdperk;
  • De invloed van de internationale rechtsorde op de nationale rechtsorde;
  • De verhouding tussen wezenlijke Nederlandse constitutionele waarden en besluiten van volkenrechtelijke organisaties of verdragsbepalingen;
  • De beperkingsystematiek van grondrechten.

De constitutionele positie van de politieke partijen en de herzieningsprocedure van de Grondwet zullen niet in de taakopdracht aan de staatscommissie worden opgenomen. Het kabinet zal de Kamer afzonderlijk informeren over zijn standpunt inzake grondwetswijzigingen ten aanzien van deze punten.

Minister Donner van Binnenlandse Zaken bedankt de Staatscommissie Grondwet

Minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bedankt de leden van de Staatscommissie Grondwet voor hun inspanningen.