Kruimelpad
Voortgang
In februari 2010 heeft de Staatscommissie Grondwet onderstaande voortgangsrapportage op haar website gepubliceerd.
Werkwijze
De Commissie vergadert een keer per drie weken op maandagmiddag. In augustus is zij begonnen met een aftastende bijeenkomst van twee dagen. De opdracht is in tien onderwerpen onderverdeeld. Een lid van het secretariaat schrijft, aangestuurd door een commissielid en gebruik makend van de voorstudies en oriënterende notities van het secretariaat die al beschikbaar waren toen de Commissie aantrad. Elk commissielid, behalve de voorzitter, is contactpersoon voor een onderwerp. Expertise van buiten is ingewonnen over de menselijke waardigheid (Eva Brems, Universiteit Gent, hoogleraar mensenrechten). Haar essay is op de website van de Staatscommissie gepubliceerd. Nagenoeg alle onderwerpen zijn verkennend besproken. Ten aanzien van de onderwerpen grondrechten in het digitale tijdperk en de vraag naar de verhouding tussen de internationale en de nationale rechtsorde is die verkenning nog niet afgerond. Na afloop van de verkennende fase wordt de opdracht in drie delen verdeeld, te weten de toegankelijkheid en de betekenis van de Grondwet voor de burger, aanvulling en modernisering van grondrechten en de verhouding internationale rechtsorde - nationale rechtsorde. Teksten worden voorbereid door de medewerkers van het secretariaat in samenwerking met enkele commissieleden. Elk lid maakt deel uit van een subgroepje dat één van de drie delen van de opdracht behandelt. De voorzitter neemt deel aan alle subgroepjes.
Inhoud
De toegankelijkheid en de betekenis van de Grondwet voor burgers
De Staatscommissie heeft uitvoerig gesproken over dit onderwerp. Sommigen zagen de Grondwet puur als een juridisch document en zien de symbolische of samenbindende werking ervan niet of hooguit als bijzaak, anderen vonden dat de Grondwet ook bruikbaar moest zijn in het onderwijs.
Inmiddels is consensus ontstaan over het uitgangspunt dat versterking van de betekenis van de Grondwet voor de burger moet worden gezocht in betere rechtsbescherming van de burger, betere toegankelijkheid van de grondrechten, en wellicht in het vervallen van het rechterlijk toetsingsverbod. In de loop van de gedachtewisseling lijkt evenwel steeds meer ruimte te zijn gekomen voor de erkenning van een symbolische betekenis van de Grondwet. Het inmiddels genomen uitgangspunt voor de selectie van op te nemen grondrechten is dat de burger zijn grondrechten in zijn eigen Grondwet moet kunnen vinden.
De opneming van een preambule
De Commissie zal niet adviseren tot het opnemen van een preambule, onder meer omdat zij meent dat de veronderstellingen over het effect onvoldoende feitelijke grondslag hebben om als basis te kunnen dienen voor een positief advies. Wel zal de Commissie aanbevelen een hoofdstuk Algemene bepalingen op te nemen, waarin onder andere zouden kunnen worden opgenomen het uitgangspunt dat Nederland een democratische rechtsstaat is, het lidmaatschap van de EU en het beginsel van respect voor de menselijke waardigheid.. Over de precieze inhoud van een eventueel hoofdstuk Algemene bepalingen zal de Commissie in de maand maart verder spreken.
De verhouding tussen de opgenomen grondrechten en de uit
internationale verdragen voortvloeiende rechten, zoals het recht op een eerlijke procesgang en het recht op leven
De Staatscommissie is van mening dat het recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces in de Grondwet een plaats moeten krijgen. Opname van het recht op leven en het verbod van marteling en onmenselijke of vernederende behandeling en het slavernijverbod ondervinden brede steun in de Commissie. Aanbevolen zal worden het beginsel van respect voor de menselijke waardigheid in het hoofdstuk Algemene bepalingen op te nemen. De wenselijkheid van het opnemen van het recht op family life en het recht te huwen en van het recht op eigendom zullen nader worden onderzocht. Niet zal worden geadviseerd tot opneming van het recht op duurzaamheid en de vrijheid van de kunsten. Evenmin wil de Commissie voorstellen een verbod van misbruik van grondrechten op te nemen.
De grondrechten in het digitale tijdperk
De Staatscommissie zal niet alle vragen die de Commissie Franken heeft behandeld kunnen bespreken, gelet op de beperkte tijd die beschikbaar is. Richtinggevend voor een selectie is de opdracht versterking van de Grondwet. Op dit moment heeft het de voorkeur van de Commissie zich te concentreren op de artikelen 7, 10 en 13 Gr. Bij artikel 7 wordt gediscussieerd over de vraag of een algemeen geformuleerd recht op vrijheid van meningsuiting moet worden toegevoegd aan artikel 7 en over de verhouding van nieuwe media tot artikel 7, lid 2. Ook hebben de mogelijke beperkingen op de rechten en vrijheden van genoemde artikelen de aandacht. In de discussie over artikel 13 is de vraag aan de orde of het middel (de brief) of de inhoud (vertrouwelijke communicatie) wordt beschermd.
De invloed van de internationale rechtsorde op de nationale rechtsorde en
de verhouding tussen wezenlijke Nederlandse constitutionele waarden en besluiten van volkenrechtelijke organisaties of verdragsbepalingen
Op dit moment bespreekt de Commissie het waarom van de vraag. Op welke punten is de verhouding nationaal/internationaal problematisch? Is het wenselijk de nationale constitutionele beginselen te beschermen tegen internationale besluitvorming? Afhankelijk van de uitkomst van deze discussie kunnen nadere aanbevelingen worden geformuleerd.
De beperkingsystematiek van grondrechten
De Staatscommissie wil de formele beperkingsgronden van de Grondwet aanvullen met materiële criteria. De vraag daarbij is of er voor alle grondrechten eenzelfde bepaling moet komen of dat dit per artikel geregeld moet worden (vergelijk het tweede lid van artikel 10 EVRM).
Contacten met anderen
1. De Staatscommissie heeft gekozen voor terughoudendheid bij het zelf organiseren van dialoog vanwege de omvang van het werk en de beperkte tijd. Wel stimuleert de Staatscommissie de discussie over onderdelen van haar opdracht in de wereld van de wetenschap, de politiek en betrokken maatschappelijke organisaties..
2. De website geeft de mogelijkheid om te reageren op de opdracht en op de voorlopige conclusies van de Commissie.
3. Enkele organisaties beleggen bijeenkomsten met experts over het werk van de Commissie. Bijv. NJCM, HIIL, IVIR en de Nederlandse Vereniging voor Internationaal Recht. De leden van de Commissie zullen deze bijeenkomsten zo veel als mogelijk bijwonen.
4. De Commissie gaat voorlopige conclusies publiceren. Dat gebeurt pas wanneer het standpunt over een van de onderwerpen binnen de Commissie is uitgekristalliseerd. De Commissie wil namelijk verzekeren dat leden tot het laatste moment zich kunnen laten overtuigen door elkaars argumenten en dat zij zich niet te vroeg vastleggen. Tussenrapportages kunnen worden voorgelegd aan ngo’s. Ook wil de Commissie bijeenkomsten beleggen met instanties en personen die in de praktijk met de Grondwet werken zoals rechters, wetgevers en bestuurders en met vertegenwoordigers van Kamerfracties en van wetenschappelijke bureaus van politieke partijen.
Binnenhof, Den Haag
